VRAAG
 Aftekeningen, hoe komen die tot stand en hoe vererven ze?
ANTWOORD
 De mate waarin een paard aftekeningen heeft, is sterk erfelijk bepaald. Hiervoor zijn meerdere genen verantwoordelijk. (Het gaat dus om een polygeen of ook wel kwantitatief kenmerk)

Binnen enkele rassen zijn erfelijkheidsgraden geschat voor “het voorkomen van aftekeningen”. Die liggen rond de 70% en zijn dus erg hoog. Een paard met veel wit geeft dus veel wit, een paard zonder veel wit geeft ook weinig wit.

Hoe dat wit er exact uitziet ( alle benen of enkele benen, sok of laars, bles of kol, etc.) wordt deels ook door niet genetische zaken beïnvloed. Aangenomen wordt dat het als volgt werkt: pigment (kleurstof) wordt geproduceerd door speciale cellen (melanocyten). Tijdens het vroege embryonale leven van een veulen verspreiden deze pigment-producerende-cellen zich over het gehele lichaam. Ze starten met hun trektocht vanuit het ruggenmerg gebied. Het gebeurt echter soms dat niet alle uiteinden van het lichaam bereikt worden. Gebieden aan de ‘buitenkant’ zoals het ondereind van benen en het hoofd kunnen daardoor (gedeeltelijk) wit blijven. Hoe de trektocht verloopt is deels van omstandigheden afhankelijk en dat zou verklaren waarom aftekeningen zo verschillend kunnen zijn.
EVEN IETS MEER
 Enkele weetjes
  • Studies hebben laten zien dat aftekeningen op het hoofd en benen genetisch met elkaar samenhangen. Veel wit op het hoofd betekent dus meestal ook vaak veel wit op de benen. Dit geldt natuurlijk ook omgekeerd voor weinig wit.
     
  • Alle benen van een paard zijn genetisch gezien volledig identiek, toch kunnende aftekeningen aan de vier benen van een paard behoorlijk verschillen. Dit is een duidelijke aanwijzing dat ook omgevingsaspecten een rol spelen bij de vorm en grootte van aftekeningen.

  • Deze zelfde omgevingsaspecten zijn ook verantwoordelijk voor het feit dat identieke tweelingen (en ook klonen) eigenlijk nooit precies dezelfde aftekeningen hebben.
     
  • Witte aftekeningen aan benen en hoofd worden eigenlijk niet waargenomen bij in het wild levende dieren. Heel bijzonder is het volgende experiment: binnen een groep vossen gehouden voor bontproductie, werd in een speciale lijn geselecteerd op gemakkelijk hanteerbare (tamme) vossen. Binnen deze lijn ontstonden na verloop van tijd spontaan aftekeningen. Men vermoedt daarom dat het hebben van aftekeningen verband houdt met kenmerken die gunstig zijn voor domesticatie.
LEES VERDER