Create Content
VRAAG
 Wat wordt bedoeld met ‘genetische variatie’ en waarom is het belangrijk in de fokkerij?
ANTWOORD
 Het woord ‘variatie’ geeft aan dat het om verschillen gaat, verschillen tussen dieren. De kreet ‘genetische variatie’ heeft dan ook altijd betrekking op een groep of populatie en niet op een individueel dier.

Daarnaast gaat het over een kenmerk zoals bijvoorbeeld ‘springaanleg’ of ‘gebruik van het achterbeen’. Met genetische variatie wordt bedoeld; verschillen in genetische aanleg tussen dieren voor een gegeven kenmerk zoals bijvoorbeeld ‘springaanleg’.

Als de genetische variatie voor bijvoorbeeld ‘gebruik van het achterbeen’ groot is, dan zijn er grote verschillen tussen de dieren en dan heb je ook iets om te kiezen. Is dit het geval, dan kan met selectie snel vooruitgang worden geboekt. Is de genetische variatie van een kenmerk klein (of afwezig) dan zijn er weinig verschillen en dus ook weinig keuzemogelijkheden. Dan geldt dat het moeilijk is om genetische vooruitgang te boeken door selectie. Genetische variatie is een voorwaarde voor selectie; er moet iets te kiezen zijn.
EVEN IETS MEER
 Voor raskenmerken is de genetische variatie bij voorkeur heel klein (of afwezig). Het FPS zal bijvoorbeeld wensen dat in de populatie met Friese paarden enkel en alleen die gen-varianten (allelen) voorkomen, die zorgen voor de zwarte haarkleur. In dat geval is de genetische variatie voor dat kenmerk afwezig, alle paarden zijn zwart en fokken zwart in die situatie.

Echter, voor alle kenmerken waarop men vooruitgang wil boeken (anders gezegd: verandering teweeg wil brengen) heb je verschillen nodig. Genetische verschillen tussen paarden. Voor dit soort kenmerken ziet de stamboekleiding dan ook graag de aanwezigheid van veel genetische verschillen, ofwel veel variatie tussen de paarden. In dat geval is er immers wat te kiezen en is selectie mogelijk. Gaat het bijvoorbeeld over de hengstenselectie; dan pak je uit een groep (genetisch) verschillende hengsten, die exemplaren die het dichtst bij het fokdoel in de buurt komen. Door die hengsten in te zetten als vaderdieren, verspreiden de gewenste genen zich in de populatie en boek je (genetische) vooruitgang op de fokdoelkenmerken.