VRAAG
 Komt genetisch werkelijk 50% van vader en 50% van moeder ?
ANTWOORD
 Ja, want in elke cel van het lichaam zit een kern en in die kern ligt het DNA opgeslagen. Het DNA is georganiseerd in chromosomen. Het paard heeft 64 chromosomen. Deze chromosomen zijn twee aan twee gelijk. Oftewel, er zitten 32 chromosomenparen in elke celkern.

Bij de vorming van spermacellen (hengst) en eicellen(merrie) worden alle paren eerst gesplitst. In iedere spermacel of eicel zitten dus in totaliteit nog maar 32 chromosomen, van ieder paar de helft.

Als de spermacel en eicel met elkaar versmelten heeft het nieuwe veulen weer 64 chromosomen en dus ook weer 32 chromosomenparen. Het ene chromosoom van een paar komt van de hengst, het andere van de merrie. Daarom is in iedere celkern in het lichaam precies de helft van het DNA afkomstig van vader en de andere helft van moeder
EVEN IETS MEER
 PRAKTIJKGELUID 1. Het veulen lijkt vaak voor wel 70% op de merrie

Dit geluid wordt met enige regelmaat van fokkers gehoord. Voor sommige kenmerken zoals hoogtemaat en gedrag zijn er ook duidelijke aanwijzingen dat het veulen sterker lijkt op de moeder dan op de vader. In dergelijke gevallen gaat het echter om de invloed die de merrie heeft op haar veulen. Het veulen groeit namelijk in de buik van de moeder, drinkt moedermelk en verblijft de eerste maanden in de buurt van de moeder. Dit heet het maternale effect. Maternale effecten zijn feitelijk milieu-invloeden en worden dus niet doorgegeven via de genen.

In het geval van hoogtemaat kan ruimte in de baarmoeder van de merrie een rol spelen of ook de melkgift van de merrie. Ook een sprekend voorbeeld van een maternaal effect is de opvoeding die een merrie geeft aan veulen. Het resulteert erin dat ze in gedrag meer op elkaar lijken dan dat veulen en vader (hengst) op elkaar lijken.

PRAKTIJKGELUID 2. Het mitochondriale DNA is verantwoordelijk voor het moederlijn-effect

Er is nog een zeer kleine hoeveelheid DNA die zich buiten de celkern bevindt en dat DNA is te vinden in de energiefabriekjes van de cel: de zogenaamde mitochondriën. Dit mitochondriale DNA wordt vrijwel uitsluitend via de moeder doorgegeven en daarom wordt het wel gekoppeld aan de gedachte van een moederlijn-effect. In de 80-er en 90-er jaren is uitgebreid onderzoek gedaan naar mitochondriaal DNA. Een wezenlijke rol heeft men nooit kunnen aantonen en om die reden werken alle commerciële fokkerijen (rundvee, varkens, pluimvee, paarden) nog steeds met de verhouding: 50% van de genetische aanleg komt van vader en de andere 50% van moeder.
LEES VERDER
 Paragraaf 1.2 Wat is DNA? en Paragraaf 1.3 Wat zijn chromosomen?