VRAAG
Wat zijn redenen om kruising toe te passen?
ANTWOORD
Met kruising wordt het kruisen van twee paarden uit verschillende ‘rassen’,‘lijnen’ of populaties bedoeld. Het gaat hierbij dus om paarden die genetisch gezien ver van elkaar afstaan. Er zijn vanuit het veefokkerij oogpunt drie redenen om twee populaties met elkaar te kruisen:
  1. Snelle verbetering van een bepaalde eigenschap (een ander ras is bijvoorbeeld veel beter op dit onderdeel dan het eigen ras/populatie, denk hierbij bijvoorbeeld aan de hardheid van het engels volbloed);

  2. Inbrengen van nieuwe eigenschappen (soms is dit noodzakelijk omdat kenmerken negatief aan elkaar gerelateerd zijn. Door selectie op het ene kenmerk is een ander kenmerk dan deels uit de populatie verdwenen);

  3. Bewust profiteren van het heterosis-effect in de volgende generatie. (Ver uit elkaar gelegen lijnen kunnen voor bepaalde kenmerken homozygoot zijn. De ene lijn is bijvoorbeeld homozygoot recessief, de andere homozygoot dominant. In dit geval ontstaan heterozygote nakomelingen. Als deze eigenschap het dominante heterosis-effect vertoond zijn de heterozygote nakomelingen beter dan het gemiddelde van beide ouders.)

In de paardenfokkerij is vooral de eerste reden belangrijk. Door de grote hoeveelheden nakomelingen per moederdier is in de varkens en pluimveehouderij wel een kruisingsschema mogelijk waarbij veel van het heterosis-effect geprofiteerd kan worden. In dat geval is het namelijk makkelijker om "zuivere lijnen" te handhaven. 
EVEN IETS MEER
 OVER REDEN 1

Kruisen kan snel tot verbetering leiden. Heeft een bepaalde populatie springpaarden bijvoorbeeld gebrek aan ‘vermogen’, dan kan het kruisen met (klassieke) Holsteiner springpaarden al in de volgende generatie het gewenste effect geven. Het ras waarmee wordt gekruist moet wel verstandig gekozen worden. Zij zullen namelijk niet alleen de gewenste kenmerken inbrengen (in dit geval: vermogen) maar ook kenmerken waar men minder op zat te wachten zoals in het geval van (klassieke) Holsteiners bv het gebrek aan snelheid in de reflexen.

Selectie is wezenlijk anders dan kruising. Bij selectie wordt binnen de eigen populatie naar de beste dieren gezocht. Door met deze dieren verder te fokken,wordt iedere volgende generatie een stukje beter zonder dat ongewenste kenmerken binnen worden gebracht.

Voor kenmerken die een hoge erfelijkheidsgraad hebben, heeft selectie daarom de voorkeur. Is de erfelijkheidsgraad van een kenmerk laag of als het niveauverschil tussen twee rassen erg groot is, dan wordt kruising aantrekkelijk. In moderne fokprogramma’s worden de voordelen van selectie en kruising meestal gecombineerd.

OVER REDENEN 2 EN 3:

Over reden 2 is meer informatie te vinden bij de vraag over genetische correlaties.
Heterosis, reden 3, wordt elders verder toegelicht.