Create Content
VRAAG
Een kruisingsproduct (F1) ‘strooit’ zegt men. Waar wordt dat door veroorzaakt?
ANTWOORD
Een nakomeling die ontstaan is uit het kruisen van twee rassen, lijnen of populaties wordt het kruisingsproduct genoemd (ook wel F1 genaamd). Dit veulen heeft 50% van zijn chromosomen uit de ene populatie (A) ontvangen en de andere 50% uit een andere populatie (B).

Als dit kruisingsproduct weer wordt ingezet als fokdier (als ouder) zal vervolgens weer een toevallige greep (50%) van zijn (of haar) chromosomen naar de volgende generatie gaan. Deze toevallige greep zal meestal een mix zijn van chromosomen uit populatie A en uit populatie B. Soms echter zal een groter deel uit A afkomstig zijn en soms een groter deel uit B. Theoretisch kan de F1 zelfs al zijn chromosomen uit A of alles B doorgeven. Het is immers het toeval dat bepaalt welke 50% van zijn genen de F1 weer doorgeeft aan zijn nakomelingen. De nakomelingen van F1 kunnen dus veel (genetische) overeenkomsten hebben met dieren uit populatie A maar in een ander geval veel met die uit populatie B. Dit toevalseffect bij het ontstaan van sperma- en eicellen maakt dat kruisingsproducten ‘strooien’.