Create Content
VRAAG
 Wat is een merrielijn en welke betekenis kan ik daar aan geven?
ANTWOORD
De term ‘lijn’ wordt veelal gebruikt om aan te geven dat een paard van een bepaalde voorouder afstamt. In het geval van een merrielijn gaat het om een vrouwelijke voorouder. De vrouwelijke nakomelingen van een bepaalde topmerrie (de stammoeder) vormen samen de merriestam of merrielijn.

Een goede stammoeder zal een hoge genetische aanleg hebben gehad voor één of misschien wel meerdere kenmerken. Ze heeft dus voor die kenmerken, de goede varianten op haar genen zitten. Die gunstige gen-varianten (ook wel: allelen) geeft zij door aan haar nakomelingen. De nakomelingen zijn dus vaak genetisch ook weer goed. Maar, het is belangrijk om hierbij twee zaken op te merken.
  • Het is belangrijk welke vaders op deze merrie zijn gebruikt. De vaders mengen hun allelen bij die van de stammoeder. Als bijvoorbeeld twee generaties achter elkaar uitgesproken dressuurhengsten worden ingezet op een stammoeder die uitblinkt in springen, dan zal de springaanleg voor een belangrijk deel verdwenen zijn in de nafok. Ook ‘slecht springen’ is immers erfelijk.

  • Het is een gegeven dat alle dieren ‘strooien’ in hun nafok. Een topmerrie is niet altijd een garantie voor een topveulen. Zij kan dus ook toevallig eens een mindere set genetisch materiaal aan haar nakomeling doorgeven.

Kortom, een goede merrielijn geeft een grotere kans op een goed veulen maar zoals een fokkerswijsheid zegt ‘het goede moet dichtbij zitten’ (in de afstamming) en de hengsten die zijn gebruikt (wederom; in de afstamming) moeten bij voorkeur de genetische kwaliteiten van de stammoeder bevestigen.
EVEN IETS MEER
Vergelijk de allelen met auto’s; van een Mercedes C-klasse bestaan verschillende varianten, een benzine en een diesel versie. Het Mercedes klasse C-gen zou in ons voorbeelden twee allelen hebben: een benzine-allel en een diesel-allel. Het kan zijn dat hetzelfde allel van vader en van moeder is geërfd. In dat geval noem je het paard homozygoot voor dat gen. Wanneer de beide allelen voor dat gen verschillen, dan noem je het dier heterozygoot. Als een gen heterozygoot is, kan de vraag gesteld worden; welke van de twee alellen maakt nu de dienst uit ? Met andere woorden: welke boodschap wordt gebruikt? Welk effect van de allelen zie of meet je uiteindelijk?

In sommige gevallen overheerst het ene allel over het andere allel. Het overheersende allel wordt dominant genoemd. Stel dat het diesel-allel dominant is over het benzine –allel. In het geval dat een dier van de ene ouder het diesel-allel en van de andere ouder het benzine-gen zou erven, dan zou het dier zelf diesel-aangedreven zijn omdat diesel dominant is over benzine. Recessieve allelen komen alleen tot expressie wanneer een dier homozygoot is voor dat allel, dus als het dier twee kopieën heeft van dat allel. In ons voorbeeld is een dier alleen benzine aangedreven als van zowel vader als moeder het benzine-allel is ontvangen.
LEES VERDER