VRAAG
 Hoeveel kans op een vos veulen heb ik bij twee bruine ouders, en hoe werkt dat bij de andere basiskleuren?
ANTWOORD
 Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de allelen die de ouders bezitten. Verschillende combinaties van allelen kunnen namelijk leiden tot de kleur bruin. 

Als voorbeeld nemen we eerst een paard met de volgende allelen: AaEE. Dit paard is bruin. Zie voor een verklaring een andere vraag.

Als dit paard wordt ingezet als ouderdier wordt van ieder gen één allel doorgegeven aan de nakomeling. Het toeval bepaalt welk allel dit is. Dit paard kan de volgende allelen doorgeven:

Van het A-gen het allel A of het allel a

Van het E-gen het allel E. Immers, ze heeft alleen maar E.

Om de voskleur te verkrijgen moet door beide ouders het allel e worden doorgegeven. Deze ouder (AaEE) kan dus nooit een voskleurige nakomeling geven. Deze ouder is, anders gezegd, vrij van de vosfactor (e). Het is echter wel mogelijk dat bruine ouders een vos nakomeling produceren. Dat, en meer, valt te zien in onderstaand schema. 
EVEN IETS MEER
 In het onderstaande schema zijn alle mogelijkheden opgenomen. Het wordt daarin bijvoorbeeld duidelijk dat een bruine ouder 4 verschillende combinaties van allelen kan doorgegeven: AE, Ae, aE en ae.

Als twee bruine ouders worden gecombineerd dan kan dit zowel bruine nakomelingen (9 van de 16 mogelijkheden), zwarte nakomelingen (3 van de 16 mogelijkheden) als voskleurige nakomelingen (4 van de 16 mogelijkheden) opleveren. De kans op een vosveulen is afhankelijk van de combinatie van allelen die de ouders bezitten.

Op populatieniveau zouden 4 van de 16 kruizingen tussen een groot aantal willekeurige bruine paarden een vosveulen opleveren. Of dit ook in werkelijkheid zo gebeurt hangt ook af van hoe vaak bepaalde allelen in de populatie voorkomen. In Holstein bijvoorbeeld is de voskleur niet populair en zal het e-allel minder vaak voorkomen in de populatie dan in Nederland. Het schema laat echter wel goed zien hoe basiskleuren ontstaan en kunnen vererven.