Versions Compared

Key

  • This line was added.
  • This line was removed.
  • Formatting was changed.

...

Panel
bgColor#ffffff
titleBGColor#ffdfbf
borderWidth1
titleANTWOORD
borderStylesolid
Fokkers zijn vaak niet blij met de natuurwetten die het ‘strooien’ in de hand werken. Fokkers zijn juist gebaat bij zekerheid in de vererving. Ze zijn daarom vaak op zoek naar methoden om een bepaalde mate van fokvastheid of fokzuiverheid te creëren.

Bij het toepassen van lijnenteelt is de achterliggende gedachte veelal om daarmee goede eigenschappen te ‘verankeren’ en zo zekerheid in de vererving te creëren.

Over het bewust gebruiken van lijnenteelt kan het volgende gezegd worden:
  • Lijnenteelt is een (milde) vorm van inteelt. Inteelt hoeft niet tot problemen te leiden maar betekent wel altijd een risico. Zie voor meer uitleg hierover: de risico's van inteelt.
  • De woorden ‘vastleggen’ of ‘verankeren’ zijn suggestief. Verankering van een polygeen kenmerk is vrijwel onmogelijk. Zie voor meer uitleg hierover: verankering van kenmerken.
  • Van de dieren waarop wordt ingeteeld, zullen niet alleen de positieve maar ook de negatieve kwaliteiten bevestigd worden.
  • Ook kan gezegd worden: lijnenteelt verhoogt gemiddeld genomen de concentratie genen van de voorouder waarop wordt ingeteeld en dat betekent dan weer dat de eigenschappen van die bekende voorouder met grotere kans terug zullen komen in het fokproduct. Dit laatste is overigens geen garantie. Bij het doorgeven van genen naar de volgende generatie speelt, zoals bekend, het toevalsprincipe een belangrijke rol. De genen van de voorouder waarop bewust wordt ingeteeld, zitten niet noodzakelijk bij iedere generatie bij ‘de gelukkige’ helft die wordt doorgegeven. Hoe meer generaties er zitten tussen het dier in kwestie en de gemeenschappelijke voorouder, hoe groter de kans dat genen van die gemeenschappelijke voorouder niet zijn meegekomen.
Panel
bgColor#ffffff
titleBGColor#ffdfbf
borderWidth1
titleEVEN IETS MEER
borderStylesolid
Lijnenteelt wordt dus veelal toegepast om daarmee een bepaald mate van fokzuiverheid te verkrijgen. Vaak wordt hierbij de regel gehanteerd dat dezelfde hengst of merrie in een afstamming in ieder geval 3 generaties van elkaar verwijderd moet zijn. Het risico van inteelt blijft hierbij beperkt omdat de gemeenschappelijke voorouders relatief ‘ver weg’ zitten in de afstamming. Om deze zelfde reden (gemeenschappelijk voorouder zit relatief ver weg in de afstamming) mag ook van het creëren van fokzuiverheid niet al te veel verwacht worden.

Een effectief foktechnische alternatief voor het creëren van fokzuiverheid is de strategie: paar ‘goed x goed’. Zie voor meer uitleg hierover:verankering van kenmerken .
Panel
bgColor#ffffff
titleBGColor#ffdfbf
borderWidth1
titleLEES VERDER
borderStylesolid
 Paragraaf 4.3 Wat is inteelt en wat voor invloed heeft het?