(DNA) In 1954 ontdekten Watson en Crick dat het erfelijk materiaal (de genen) zijn beschreven in een code: het DNA. Op het DNA staan de erfelijke eigenschappen precies beschreven. In elke cel van je lichaam zit een kern en in die kern ligt het DNA opgeslagen. Van daaruit bestuurt het DNA eigenlijk je lichaam. Het zorgt ervoor dat je leeft en groeit. Het zorgt er zelfs voor dat je bijvoorbeeld een heel open of juist gesloten karakter hebt. De genen liggen dus opgeslagen in de kernen van cellen. Die allereerste cel was een samensmelting van een spermacel van je vader en een eicel van je moeder: de geslachtscellen. In die geslachtscellen zat het DNA van je vader en van je moeder. Daardoor is in elke cel in je lichaam de helft van het DNA gelijk aan dat van je vader en de helft aan dat van je moeder.