Veel kenmerken (= eigenschappen) worden door een enkel gen bepaald: het zijn monogene kenmerken. Maar nog veel meer kenmerken worden door een hele reeks genen bepaald. Typische kenmerken die door veel genen worden bepaald zijn kenmerken die door meerdere factoren worden beïnvloed. Dat is logisch. Groei bijvoorbeeld, wordt bepaald door je aanleg voor groei, maar ook door je aanleg voor eetlust, vertering van dat eten, wanneer welk onderdeel van je lichaam groeit, of je op dat moment ook energie moet gebruiken om je warm te houden, of je ziek bent, enzovoort. Er is dus niet een enkel gen voor ‘groei’, maar heel veel genen die elk voor een deel aan de voorwaarden voor groei voldoen. En veel van die genen hebben niet alleen een invloed op groei, maar ook op andere kenmerken. Of je een goede eetlust hebt, zal bijvoorbeeld ook een invloed hebben op de hoeveelheid vet in je lichaam. Andere typische polygene kenmerken zijn snelheid, vruchtbaarheid, maar ook vatbaarheid voor infecties, hoe goed je kunt leren, en zo kunnen we nog wel even doorgaan.


Vanwege een enkel gen is deze Whippet genetisch
bruin van kleur.
Maar een ander gen bepaalt dat die bruine kleur verdund is.
Daarom is hij geel.

Typische kenmerken die maar door één gen worden bepaald, zijn kenmerken waar heel duidelijk klassen voor bestaan. Oogkleur bijvoorbeeld, of bepaalde erfelijke afwijkingen. Om het ingewikkeld te maken, lijken sommige kenmerken door een enkel gen te worden bepaald, maar toch ook weer niet. Er is bijvoorbeeld een gen dat bepaald of een dier zwart of bruin is. Maar er is weer een ander gen dat zorgt voor de nuances in de kleur (verdunningsfactor) en weer een ander dat voor een eventueel vlekkenpatroon zorgt. Dus bepaalde aspecten van kleur worden door een enkel gen bepaald, maar het uiteindelijke resultaat niet.

Soms zijn er ‘genen bekend’ voor bepaalde afwijkingen, zoals bijvoorbeeld het risico om borstkanker te krijgen. Borstkanker wordt niet echt door één enkel gen bepaald. In werkelijkheid zijn er veel meer genen bij betrokken. Maar er is door analyse van het DNA één van die genen gevonden, waarbij een bepaald allel ervoor zorgt dat vrouwen een hele grote kans hebben om borstkanker te krijgen. Dat wil niet zeggen dat andere genen er niet toe doen of dat vrouwen geen borstkanker kunnen krijgen als ze dat allel niet hebben.